Fiscale eindejaarstips 2019

Inhoudsopgave

1      Ondernemer en onderneming. 6

1.1 Bepaal de meewerkaftrek of arbeidsbeloning van uw meewerkende partner 7

1.2 Betaal minder belasting: benut de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. 7

1.3 Betaal minder belasting: benut energie- en milieu-investeringsaftrek. 7

1.4 Voorkom een desinvesteringsbijtelling. 8

1.5 Schat de hoogte van de winst in. 8

1.6 Waardeer vorderingen, bedrijfsmiddelen en voorraad af 8

1.7 Kijk naar mogelijkheid om een voorziening te vormen. 8

1.8 Stel belasting uit: vorm een HIR en onderbouw uw herinvesteringsvoornemen. 8

1.9 Herinvesteer op tijd. 8

1.10 Betaal later belasting: schrijf willekeurig af op bedrijfsmiddelen. 8

1.11 Voorkom verliesverdamping. 9

1.12 Zorg voor liquiditeit: verzoek om voorlopige verliesverrekening. 9

1.13 Denk aan uw oude dag en betaal later belasting. 9

1.14 Oudedagsvoorziening buiten de onderneming. 9

1.15 Maak gebruik van specifieke regelingen voor de startende ondernemer 10

1.16 Pas de fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatie toe. 10

1.17 Beperk de aftrekbeperking voor gemengde kosten. 10

1.18 Verzoek om de regeling voor functionele valuta toe te passen. 10

1.19 Voorkom verliesverdamping. 10

1.20 Voorkom discussie: stel altijd een goede leningsovereenkomst op. 11

1.21 Ga een fiscale eenheid aan en behaal voordeel 11

1.22 Verbreek uw fiscale eenheid tijdig en voorkom nadelen. 11

1.24 Bepaal de rechtsvorm van uw onderneming. 12

1.25 Wijzig uw boekjaar 12

1.26 Doe een teruggaafverzoek voor bronbelasting bij dividenden, rente of royalty’s. 12

1.27 Vraag uw EU-btw over 2019 terug. 12

1.28 Let op de herzieningstermijn. 12

1.29 Vraag btw voor niet-betalende debiteuren terug. 13

1.30 Btw-belaste verhuur: verricht de huurder genoeg btw-belaste prestaties?. 13

1.31 Btw-ondernemer met weinig af te dragen btw: pas de KOR toe. 13

1.32 Bewaartermijnen: controleer uw administratie. 14

1.33 Meld het verbreken van een fiscale eenheid voor de btw. 14

1.34 Verwerk privégebruik in de laatste btw-aangifte. 14

1.35 Corrigeer eerdere btw-aangiften. 14

1.36 Teruggaaf btw: verzoek om een ambtshalve teruggaaf 14

1.37 Doe een suppletie btw zo snel mogelijk. 15

1.38 Controleer btw-schulden op de balans die zien op voorgaande jaren. 15

1.39 Wees kritisch op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf 15

2      Dga; werkgever en werknemer 16

2.1 Dga: beoordeel uw verzekeringsplicht 17

2.2 Check de mogelijkheden van de werkkostenregeling! 17

2.3 Voorkom belasting over een extra beloning: dividend in plaats van loon. 17

2.4 Beoordeel de toepassing van de DBA. 18

2.5 Uitfasering pensioen in eigen beheer 18

2.6 Beoordeel uw (gebruikelijk) loon. 18

2.7 Voorkom bijtelling bestelauto’s voor personeel 19

2.8 Sluit uw lening voor uw eigen woning over bij de eigen bv. 19

2.9 Ga na of u alle overeenkomsten met de bv heeft vastgelegd. 19

2.10 Zorg voor een verklaring geen privégebruik auto. 20

2.11 Fiscale subsidie: gebruik de LIV. 20

2.12 Fiscale subsidie: gebruik de LKV. 20

3      Privé. 21

3.1 Belastingteruggaaf bij schommelende inkomsten: middeling. 22

3.2 Lijfrente aftrekken: betaal de premie op tijd. 22

3.3 Koop uw kleine lijfrente af 22

3.4 Gebruik de flexibiliteit van ‘oude’ lijfrentepolissen. 22

3.5 Extra aftrek eigen woning: betaal rente vooruit 22

3.6 Leen uw kinderen voor hun eigen woning. 23

3.7 Bespaar belasting in box 3: stort extra in uw kapitaalverzekering eigen woning. 23

3.8 Verzoek om dubbele vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering eigen woning. 23

3.9 Bespaar belasting in box 3: verlaag de grondslag. 23

3.10 Bespaar belasting in box 3: leen geld uit aan uw bv. 23

3.11 Bespaar belasting in box 3: stort geld in uw bv. 24

3.12 Bespaar belasting in box 3: plan de aankoop van uw woning goed. 24

3.13 Bespaar belasting in box 3: plan de verkoop van uw woning goed. 24

3.14 Bespaar belasting in box 3: bepaal de waarde van uw verhuurde woning. 24

3.15 Bepaal of uw vorderingen nog kunnen worden geïnd. 24

3.16 Plan de betaling van uw zorgkosten. 24

3.17 Afschaffing aftrek scholingskosten: plan uw uitgaven. 25

3.18 Buitenlands belastingplichtige: verzoek om teruggaaf dividendbelasting. 25

3.19 Dien een T-biljet in. 25

3.20 Maak gebruik van jaarlijkse schenkvrijstellingen. 25

3.21 Maak gebruik van de verruimde schenkvrijstelling voor de eigen woning. 25

3.22 Begiftigde te oud: toch de hoge vrijgestelde schenking. 26

3.23 Verbind voorwaarden aan uw schenkingen. 26

3.24 Belastingvoordeel op termijn: Doe een papieren schenking. 26

3.25 Stem uw giften aan ANBI’s af 26

3.26 Vervang uw gewone gift door een periodieke. 27

3.27 Laat uw testament (regelmatig) controleren. 27

3.28 Huwelijksvoorwaarden vergeten? Maak deze alsnog op. 27

3.29 Laat uw huwelijksvoorwaarden (regelmatig) controleren. 27

3.30 Huwelijksvoorwaarden: kom uw periodiek verrekenbeding na! 27

3.31 Nieuw huwelijksvermogensrecht 2018: kijk wat u wilt 27

Colofon. 28

1    Ondernemer en onderneming



1.1 Bepaal de meewerkaftrek of arbeidsbeloning van uw meewerkende partner

Werkt uw partner mee in uw onderneming? Bepaal dan hoe u diens arbeidsinspanning wil belonen. Daarvoor bestaan in feite drie mogelijkheden:

  • Pas de meewerkaftrek toe. Dit is een aftrekpost, gelijk aan een percentage van de winst. Het percentage hangt af van het aantal uren dat uw partner meewerkt.
  • Betaal een arbeidsbeloning. De arbeidsbeloning is aftrekbaar van uw winst uit de onderneming, maar wordt wel belast bij de partner. Is de beloning echter minder dan € 5.000, dan is de beloning niet aftrekbaar van de winst en wordt deze niet belast bij uw partner.
  • Laat uw partner toetreden tot uw onderneming. Door toetreding tot de onderneming wordt uw partner ook ondernemer. Uw partner kan dan misschien ook gebruik maken van ondernemersfaciliteiten als de zelfstandigenaftrek, de mkb-winstvrijstelling en de oudedagsreserve.

Bepaal met uw RB welke mogelijkheid het beste past in uw situatie.

1.2 Betaal minder belasting: benut de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Bent u van plan om te investeren in uw onderneming? Misschien is het voordelig om dat nog dit jaar nog te doen of om investeringen juist over de jaarwisseling heen te tillen. Op die manier kunt u optimaal gebruik maken van de investeringsaftrek en betaalt u minder belasting. De meest bekende investeringsaftrek is de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).

Voor de KIA moet u minimaal € 2.300 aan investeringen doen. Investeert u meer dan € 318.449, dan heeft u geen recht op KIA. Investeringen tot een bedrag van € 450 tellen niet mee. De KIA geldt zowel voor nieuwe als gebruikte bedrijfsmiddelen. Voor sommige bedrijfsmiddelen kunt u geen KIA krijgen, zoals grond, woningen en personenauto’s.

In 2019 geldt voor de KIA de volgende tabel:

Investering meer dan Investering maximaal KIA  
€ 2.300 € 0
€ 2.300 € 57.321 28% van het bedrag van de investeringen
€ 57.321 € 106.150 € 16.051
€ 106.150 € 318.449 € 16.051 minus 7,56% van het deel van de investeringen boven € 106.150
€ 318.449 € 0

Bent u vergeten om de investeringsaftrek toe te passen in uw aangifte, dan kunt u binnen vijf jaar nog een verzoek doen om deze alsnog toe te passen.

1.3 Betaal minder belasting: benut energie- en milieu-investeringsaftrek

Naast KIA kunt ook recht hebben op energie-investeringsaftrek (EIA) als u investeert in energiezuinige bedrijfsmiddelen, of milieu-investeringsaftrek (MIA) als u milieuvriendelijke investeringen doet.

De EIA bedraagt 45% van de investering. De MIA bedraagt, afhankelijk van het bedrijfsmiddel, 13,5%, 27% of 36%. Alleen investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de EIA en MIA. Kleine investeringen tot een bedrag van € 2.500 komen niet voor EIA of MIA in aanmerking. U krijgt alleen MIA of EIA als de investeringen binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting digitaal via het eLoket op MijnRVO.nl zijn gemeld.

Aan de hand van de energielijst en de milieulijst (te raadplegen op de site RVO.nl), kunt u bepalen of een bedrijfsmiddel in aanmerking komt voor EIA of MIA.

1.4 Voorkom een desinvesteringsbijtelling

Heeft u in de afgelopen vijf jaar investeringsaftrek toegepast? En verkoopt u het bedrijfsmiddel weer? Dan krijgt u misschien te maken met de desinvesteringsbijtelling. Dit is een bijtelling bij de winst van uw onderneming, waardoor u dus een stukje van de eerdere investeringsaftrek moet terugbetalen. De bijtelling geldt allen als u voor meer dan € 2.300 aan bedrijfsmiddelen vervreemdt. Het kan dus voordelig zijn de verkoop van een bedrijfsmiddel nog even uit te stellen.

1.5 Schat de hoogte van de winst in

U moet over de winst van uw bedrijf belasting betalen. Nu het eind van het jaar nadert, kunt u beter bepalen hoe hoog de winst van dit jaar wordt. Als u net in een hogere tariefschijf dreigt te komen, kunt u dat proberen te voorkomen. Bijvoorbeeld door kosten naar voren te halen of door een voorgenomen investering al in 2019 te doen.

1.6 Waardeer vorderingen, bedrijfsmiddelen en voorraad af

De bezittingen van uw onderneming staan op de (fiscale) balans voor de aankoopprijs, verminderd met de afschrijvingen. Dit noemen we de boekwaarde. Als de werkelijke waarde van de bezittingen lager is dan de boekwaarde, kunt u deze mogelijk afwaarderen. De afwaardering komt in mindering op uw winst uit de onderneming, waardoor u dit jaar minder belasting betaalt.

1.7 Kijk naar mogelijkheid om een voorziening te vormen

Weet u redelijk zeker dat u in 2020 bepaalde (grote) uitgaven moet doen? Dan kunt u misschien uw winst over 2019 al verlagen door een voorziening te vormen. Een voorziening mag u alleen vormen voor toekomstige uitgaven, als die worden veroorzaak door feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2019 of eerdere. De toekomstige uitgaven moeten bovendien ook toe te rekenen zijn aan deze jaren.

1.8 Stel belasting uit: vorm een HIR en onderbouw uw herinvesteringsvoornemen

Heeft uw onderneming dit jaar bedrijfsmiddelen verkocht en daarbij winst behaald? Dan moet u daar waarschijnlijk belasting over betalen. Dit kunt u voorkomen door de winst te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR). U moet dan wel het voornemen hebben om binnen drie jaar nieuwe investeringen te doen (herinvesteringsvoornemen).

Zolang u niet overgaat tot investeringen, moet u een herinvesteringsvoornemen aannemelijk maken, bijvoorbeeld via interne documenten, aangevraagde offerten, of via zoekopdrachten e.d. Dit voornemen moet u gedurende de periode van (maximaal) drie jaar ook daadwerkelijk houden. Bewaar de bewijsstukken dus goed.

1.9 Herinvesteer op tijd

Heeft u in eerdere jaren een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd? Dan blijft deze (in principe) maximaal drie jaar in stand. Als u niet binnen die tijd investeert, dan wordt de HIR weer bij de winst opgeteld en moet u hierover alsnog belasting betalen. Een herinvesteringsreserve die in 2016 is gevormd, moet daarom uiterlijk op 31 december 2019 worden gebruikt voor een nieuwe investering in bedrijfsmiddelen. Investeer daarom op tijd.

Van een ´herinvestering´ is al snel sprake. Het is namelijk al voldoende als u in 2019 het contract voor de investering tekent. Het bedrijfsmiddel hoeft dus nog niet in 2019 aan u geleverd of door u betaald te zijn.

Onder bijzondere omstandigheden kan de termijn om te herinvesteren worden verlengd. Vraag in dat geval vóór afloop van de driejaarstermijn om een verlenging van de termijn.

1.10 Betaal later belasting: schrijf willekeurig af op bedrijfsmiddelen

Als ondernemer moet u afschrijven op bedrijfsmiddelen als deze in waarde dalen door gebruik. Deze afschrijving is aftrekbaar van de winst. Soms kunt u gebruik maken van willekeurige afschrijving. Dat houdt in dat u sneller mag afschrijven. U haalt dan kosten naar voren en stelt zo belastingheffing uit. Willekeurige afschrijving is er voor milieu-investeringen (VAMIL), maar ook voor startende ondernemers. Startende ondernemers kunnen in 2019 tot maximaal € 318.449 willekeurig afschrijven op hun investeringen.

Op de site RVO.nl kunt u de zogenaamde milieulijst raadplegen. Op die lijst vindt u naast bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) ook bedrijfsmiddelen die in aanmerking komen voor de VAMIL. Sommige bedrijfsmiddelen komen voor beide faciliteiten in aanmerking. Daardoor kan het fiscale voordeel oplopen. Let op: De milieulijst wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld.

1.11 Voorkom verliesverdamping

Heeft u in het verleden verliezen geleden met uw onderneming? Dan kunt u deze verliezen misschien nog verrekenen als u in 2019 winst maakt.

Let op! Verliezen kunnen worden verrekend met de winsten van de voorgaande drie jaar en de volgende negen jaar. Een verlies uit 2010 kan dus alleen nog met winst van 2019 worden verrekend.

Heeft u nog niet-verrekende verliezen? Dan zijn er mogelijkheden om te voorkomen dat de verliezen niet meer verrekend kunnen worden. Soms is het mogelijk om eerder winst te nemen, of kosten uit te stellen tot volgend jaar, waardoor u dit jaar (meer) winst behaald.

1.12 Zorg voor liquiditeit: verzoek om voorlopige verliesverrekening

Verwacht u dat uw onderneming in 2019 een verlies lijdt? Dien dan een verzoek in om vermindering van uw voorlopige aanslag 2019. Daarmee voorkomt u namelijk dat u te veel belasting vooruitbetaalt. U heeft dan meer geld beschikbaar voor uw ondernemingsactiviteiten.

Als het boekjaar voorbij is en uw aangifte is ingediend, kunt u ook al een verzoek doen om een voorlopige verliesverrekening. Het voordeel daarvan is dat u alvast 80% van het verlies kunt verrekenen met winsten uit eerdere jaren. U krijgt dan sneller geld terug. Vraag dus snel een voorlopige verliesverrekening aan.

De voorlopige verliesverrekening wordt later verrekend met de definitieve verliesverrekening. De voorlopige verliesverrekening leidt dus tijdelijk (op korte termijn) tot meer liquiditeit.

1.13 Denk aan uw oude dag en betaal later belasting

Als ondernemer mag u een deel van de winst reserveren voor uw oude dag. In 2019 mag u 9,44% van de winst, tot maximaal € 8.999, reserveren in een zogenaamde oudedagsreserve. Over het deel van de winst dat u toevoegt aan de oudedagsreserve, betaalt u nu geen belasting.

Voor de toevoeging aan de oudedagsreserve gelden wel voorwaarden. U moet bijvoorbeeld voldoen aan het urencriterium en u mag de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.

1.14 Oudedagsvoorziening buiten de onderneming

U kunt als ondernemer gebruik maken van de oudedagsreserve. Maar u kunt ook direct premie betalen voor een lijfrenteproduct. Dat mag een verzekerde lijfrente zijn of een lijfrenteproduct bij een bank of een beleggingsinstelling. Als u de premie in 2019 in aftrek wil brengen, moet de premie in 2019 zijn betaald.

Heeft u in 2019 uw onderneming gestaakt en wilt u deze stakingswinst omzetten in een lijfrente? Dan heeft u iets meer tijd om uw premie te betalen. De premie moet dan uiterlijk vóór 1 juli 2020 zijn betaald om nog in 2019 voor aftrek in aanmerking te komen. Dat geldt ook voor het geval dat u een reeds gevormde oudedagsreserve wilt omzetten in een lijfrenteproduct.

Let op! Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening, kunnen alleen worden afgetrokken als u een pensioentekort heeft. Daarvoor gelden speciale rekenregels.

1.15 Maak gebruik van specifieke regelingen voor de startende ondernemer

Startende ondernemers kunnen gebruik maken van bijzondere regelingen die fiscaal voordeel kunnen opleveren. Zo zijn er:

  • een soepeler urencriterium. Registreer daarom de uren goed om de ondernemersfaciliteiten te kunnen benutten;
  • een verhoogde zelfstandigenaftrek;
  • een verhoogde aftrek speur- en ontwikkelingswerk;
  • willekeurige afschrijving voor startende ondernemers.

Voor start-ups die hun onderneming drijven via een bv, wordt het zogenaamde gebruikelijk loon niet hoger gesteld dan het wettelijk minimumloon. Zie ook tip 2.6.

Bent u startende ondernemer? Beoordeel dan samen met uw RB of u in aanmerking komt voor deze regelingen.

1.16 Pas de fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatie toe

Drijft u een onderneming via een bv? Dan kunt u misschien de innovatiebox toepassen. Winst die uw onderneming behaalt met innovatieve activiteiten worden dan slechts tegen een tarief van 7% belast. Er zijn ook andere fiscale stimuleringsmaatregelen die (veel) liquiditeiten kunnen opleveren. Denk bijvoorbeeld aan de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-regeling).

Let op! het belastingtarief voor de innovatiebox zal met ingang van 2021 worden verhoogd naar 9%.

1.17 Beperk de aftrekbeperking voor gemengde kosten

Gemengde kosten zijn kosten die zowel een zakelijk als een privé-element bevatten. Heeft u in 2019 gemengde kosten gemaakt? Dan zijn deze tot € 4.500 niet aftrekbaar. U kunt er echter ook voor kiezen om het niet aftrekbare deel te beperken tot 20% van de werkelijke kosten, als dit bedrag lager is.

Voor ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen, gelden afwijkende regels. Drijft u uw onderneming via een bv? Dan is het bedrag van de niet-aftrekbare kosten gelijk aan 0,4% van het belastbaar loon van alle werknemers samen, met een minimum van € 4.500. De bv kan er ook voor kiezen om dit bedrag te vervangen door 26,5% van de werkelijke kosten, als dit bedrag lager is.

Raadpleeg uw adviseur om te bepalen welke keuze voor u de meest voordelige is.

1.18 Verzoek om de regeling voor functionele valuta toe te passen

Drijft u een onderneming via een bv? Dan moet de aangifte vennootschapsbelasting in euro’s worden gedaan. Maar als uw onderneming de jaarrekening opmaakt in een andere munteenheid, dan kan de aangifte ook in die munteenheid worden gedaan. Dit kan voordeel opleveren. Zo kunt u er namelijk voor zorgen dat valutaresultaten niet meer van invloed zijn op de vennootschapsbelasting die u in Nederland moet betalen. Wilt u vanaf 1 januari 2019 gebruik maken van deze regeling voor functionele valuta? Doet u dan vóór 1 januari 2019 een verzoek bij de Belastingdienst.

Let op! Een keuze voor de regeling voor functionele valuta geldt in principe voor tien jaar.

1.19 Voorkom verliesverdamping

Heeft uw bv in het verleden verlies geleden? Dan kan de bv dat verlies verrekenen met toekomstige winsten. Deze verrekening is echter beperkt in de tijd. Een nog niet verrekend verlies uit 2010 kunt u alleen nog verrekenen met de winst over 2019. Het is soms mogelijk om eerder winst te nemen, of kosten uit te stellen tot volgend jaar, waardoor u dit jaar (meer) winst behaald. Overleg met uw adviseur over deze mogelijkheden.

1.20 Voorkom discussie: stel altijd een goede leningsovereenkomst op

De laatste jaren heeft de Belastingdienst veel aandacht voor leningen tussen vennootschappen. Als de lening niet op zakelijke voorwaarden is verstrekt, dan is de lening onzakelijk. Van een onzakelijke lening kan sprake zijn als geen aflossingsschema is overeengekomen of als aan de schuldeiser onvoldoende zekerheden zijn verstrekt. Is sprake van een onzakelijke lening, dan is een verlies op die lening niet aftrekbaar van de winst.

Om te voorkomen dat een lening onzakelijk is, moet u allereerst een leningsovereenkomst opstellen. Zorg dat u goede afspraken maakt over de te betalen rente en aflossing en over zekerheden voor de schuldeiser. Dit geldt ook als de lening wordt verstrekt tussen de vennootschap en de aandeelhouder-natuurlijk persoon.

1.21 Ga een fiscale eenheid aan en behaal voordeel

Heeft u meerdere besloten vennootschappen, dan moet u voor elke vennootschap een aangifte vennootschapsbelasting indienen. Dat wordt anders als u verzoekt om besloten vennootschappen samen op te nemen in een fiscale eenheid. Dan hoeft nog maar één aangifte vennootschapsbelasting te worden ingediend. Ook zijn dan de meeste onderlinge transacties voor de vennootschapsbelasting niet meer relevant. Daardoor hoeft u over de winst op deze transacties geen belasting te betalen. Bovendien kunnen verliezen van de ene vennootschap worden verrekend met de winsten van de andere vennootschap.

Om een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aan te kunnen gaan moet voldaan worden aan een aantal vereisten. Zo moet de moedermaatschappij minstens 95% van de aandelen bezitten.

Let op! Bepaal of een fiscale eenheid voordelig kan zijn. Wilt u met ingang van 1 januari 2020 een fiscale eenheid aangaan, dan moet voor 1 april 2020 een verzoek worden ingediend

Tip! Binnen een fiscale eenheid vennootschapsbelasting moeten de maatschappijen de verschuldigde vennootschapsbelasting verdelen. Zorg daarom voor een overeenkomst waarin de verrekening van deze vennootschapsbelasting goed is vastgelegd.

1.22 Verbreek uw fiscale eenheid tijdig en voorkom nadelen

Heeft u een fiscale eenheid vennootschapsbelasting? Dan kan deze veel voordelen bieden. Een fiscale eenheid kan echter ook nadelen hebben. Alle vennootschappen zijn namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelastingschuld van de fiscale eenheid. Dit nadeel kunt u voor toekomstige schulden voorkomen door de fiscale eenheid te verbreken.

Een verzoek om de fiscale eenheid te verbreken moet worden gedaan vóór het gewenste moment van verbreking. Dus als de fiscale eenheid per 1 januari 2020 moet verbreken, dan moet u het verzoek uiterlijk op 31 december 2019 hebben gedaan.

Let op! Het verbreken van een fiscale eenheid kan ook (nadelige) fiscale gevolgen hebben. Overleg daarom altijd eerst met uw adviseur.

1.23 Ontvoeg maatschappijen en haal tariefvoordeel

Heeft u een fiscale eenheid? Dan kan slechts één keer gebruik worden gemaakt van het lage vennootschapsbelastingtarief (16,5% over de winst tot € 200.000 in 2020). Als de fiscale eenheid dus in 2020 wordt verbroken, kan mogelijk meerdere malen gebruik worden gemaakt van dit lage tarief. Dat kan per vennootschap een voordeel opleveren van € 17.000. Bepaal daarom of het voordeel van zelfstandige belastingplicht groter is dan het voordeel van de fiscale eenheid en ontvoeg eventueel vennootschappen uit de fiscale eenheid.

Let op! Het ontvoegen van vennootschappen uit de fiscale eenheid kan leiden tot belastingheffing bij de fiscale eenheid. Overleg daarom altijd eerst met uw adviseur.

1.24 Bepaal de rechtsvorm van uw onderneming

Bij ondernemers voor de inkomstenbelasting, is de winst effectief belast tegen maximaal 44,51%. Maar door allerlei faciliteiten komt de belastingdruk vaak nog lager uit.

Drijft u uw onderneming via een bv, dan bedraagt de gecombineerde inkomsten- en vennootschapsbelastingdruk, na aftrek van het loon van de dga, maximaal 43,75%. Over het loon dat u van uw bv ontvangt, betaalt u wel maximaal 51,75% inkomstenbelasting. Daardoor is de totale belastingdruk in een bv vaak hoger dan voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Bepaal dus goed welke rechtsvorm voor u voordeliger is.

Tip! Let bij het maken van de keuze niet alleen op fiscale aspecten, maar ook op niet-fiscale aspecten.

In de komende jaren worden diverse regelingen voor ondernemers aangepast, waardoor de belastingdruk voor ondernemers in de inkomstenbelasting hoger uitkomt in vergelijking met ondernemers die hun onderneming in een bv drijven. Bespreek dit met uw RB.

1.25 Wijzig uw boekjaar

Uw onderneming heeft een boekjaar. Soms kan een wijziging van het boekjaar u voordelen brengen. Dit kan bijvoorbeeld administratieve voordelen hebben, maar ook fiscale voordelen zoals tariefvoordelen of een langere termijn om te herinvesteren. Beoordeel voor het einde van het huidige boekjaar of een wijziging voordelig is. Als u het boekjaar wilt wijzigen, moet u dat voor het einde van het boekjaar besluiten. Laat u hierbij goed adviseren door een RB. Het is namelijk niet mogelijk om het boekjaar naar willekeur te wijzigen.

1.26 Doe een teruggaafverzoek voor bronbelasting bij dividenden, rente of royalty’s

Ontvangt u dividend, rente of royalty’s uit het buitenland? Dan wordt op de betaling hiervan vaak bronbelasting ingehouden. In sommige gevallen kunt u deze belasting niet terugvragen in de aangifte inkomstenbelasting. U moet dan een apart verzoek indienen om deze belasting terug te krijgen. Hoeveel belasting u terugkrijgt, hangt af van het land waaruit de betaling afkomstig is.

Let op! Doe het verzoek om teruggave van de ingehouden belasting op tijd. In de meeste gevallen moet het verzoek binnen drie jaar na het jaar van ontvangst worden gedaan. De in 2016 ingehouden bronbelasting moet u dus vóór het eind van 2019 terugvragen. De termijn voor het terugvragen van bronbelasting kan overigens per land anders zijn.

1.27 Vraag uw EU-btw over 2019 terug

Verricht u leveringen of diensten die belast zijn met btw? Dan kunt u de aan u gefactureerde btw in aftrek brengen in uw periodieke aangifte omzetbelasting.

Gaat het om een teruggaaf van betaalde btw op (buitenlandse) facturen uit een andere EU-lidstaat, dan gaat dat anders. Dan moet u namelijk een verzoek om teruggaaf doen via een ‘portal’ van de Belastingdienst. De Nederlandse Belastingdienst stuurt uw verzoek door naar de betreffende EU-lidstaat. Voor btw over 2019 moet u dit verzoek vóór 1 oktober 2020 (laten) doen. Noteer deze datum dus in uw agenda. Verzoeken tot € 50 per jaar worden niet in behandeling genomen.

Let op! U kunt de buitenlandse btw ook gedurende het jaar terugvragen. De teruggave moet dan minimaal € 400 zijn en het verzoek moet betrekking hebben op een periode van minimaal 3 maanden.

1.28 Let op de herzieningstermijn

Heeft u in het verleden onroerende zaken gekocht en de in rekening gebrachte btw (deels) in aftrek gebracht? Dan wordt deze btw tien jaar (het jaar van aanschaf en de volgende negen jaar) ‘gevolgd’. Let op: de btw kan worden ‘herzien’ als u in deze periode de onroerende zaak meer of minder gaat gebruiken voor btw-belaste prestaties.

Heeft u de onroerende zaak in 2019 gebruikt voor prestaties waarvoor geen recht op aftrek bestaat en heeft u bij aanschaf alle btw in aftrek gebracht? Dan moet u de herzienings-btw aangeven bij de laatste aangifte van het boekjaar. En heeft u omgekeerd de onroerende zaak in 2019 gebruikt voor prestaties waarvoor wél recht op aftrek bestaat maar heeft u de btw niet in aftrek gebracht? Dan heeft u recht op teruggaaf van de herzienings-btw. Het verzoek om teruggaaf moet ook in de laatste aangifte van het boekjaar worden gedaan.

Voor roerende zaken geldt hetzelfde, maar daar is de herzieningstermijn niet tien maar vijf jaar.

1.29 Vraag btw voor niet-betalende debiteuren terug

Weet u zeker dat cliënten uw facturen niet meer zullen betalen? Dan kunt u de btw die u op die facturen in rekening heeft gebracht en heeft afgedragen, aan de Belastingdienst terugvragen.

Sinds 2017 is de vordering in ieder geval oninbaar uiterlijk één jaar na het verstrijken van de uiterste betaaldatum die u met uw klant bent overeengekomen. Bent u geen betalingstermijn overeengekomen? Dan geldt een betalingstermijn van 30 dagen na ontvangst van de factuur door uw klant.

U kunt de btw die u niet ontvangt in uw normale aangifte omzetbelasting terugvragen.

Let op! Vraag de btw op tijd terug. Dat moet uiterlijk in de aangifte over het tijdvak waarin de hiervóór beschreven éénjaarstermijn verloopt. Bent u te laat? Dan heeft u geen recht meer op teruggave. Zorg er daarom voor dat u bij iedere aangifte een goede ouderdomsanalyse maakt van uw vorderingen.

1.30 Btw-belaste verhuur: verricht de huurder genoeg btw-belaste prestaties?

Verhuurt u onroerende zaken met btw? Let dan op dat de huurder voldoende met btw belaste prestaties verricht. Hij moet de in rekening gebrachte btw namelijk voor 90% (soms 70%) of meer in aftrek kunnen brengen. Als de huurder niet aan die eis voldoet, dan mag u niet met btw aan hem verhuren. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen voor de btw die u zelf moet betalen aan anderen, want deze is dan namelijk ook niet meer aftrekbaar.

Tip! Vraag uw huurder daarom binnen vier weken na 2019 schriftelijk aan u te verklaren dat hij het gehuurde pand ten minste 90% zakelijk (heeft) gebruikt.

1.31 Btw-ondernemer met weinig af te dragen btw: pas de KOR toe

Bent u ondernemer voor de btw? Ga dan na hoeveel btw u in 2019 moet afdragen. Als dat minder is dan € 1.883, dan kunt u mogelijk de kleine ondernemersregeling (KOR) toepassen. In dat geval krijgt u een belastingvermindering of hoeft u misschien helemaal geen btw te betalen.

Let extra goed op als u goederen voor uw onderneming in het buitenland inkoopt. De btw hierop moet u in uw btw-aangifte aangeven als verwerving en vervolgens kunt u die btw ook aftrekken als voorbelasting. Maar die verschuldigde btw hoeft u niet mee te tellen voor de berekening van de KOR.

Let op: Met ingang van 1 januari 2020 wijzigt de KOR. Ondernemers met een jaaromzet van € 20.000 of minder, kunnen vanaf 1 januari 2020 opteren voor de nieuwe KOR. Als zij daarvoor kiezen, worden zij vrijgesteld van btw. Ondernemers die vanaf 1 januari 2020 gebruik willen maken van de nieuwe KOR moeten zich voor 20 november 2019 aanmelden.

 

1.32 Bewaartermijnen: controleer uw administratie

U bent verplicht om uw administratie minimaal 7 jaar te bewaren. In sommige situaties is de bewaartermijn nog langer. Denk bijvoorbeeld aan de gegevens van onroerende zaken waarvoor een herzieningstermijn van 10 jaar geldt. Daarvoor geldt dus een langere bewaartermijn. Controleer dus goed of u uw gegevens wel goed bewaart. Is de bewaartermijn voorbij? Dan kunt u alles vernietigen. Let er daarbij op dat er geen privacygevoelige informatie naar buiten komt.

1.33 Meld het verbreken van een fiscale eenheid voor de btw

Bestaat uw onderneming uit meerdere bv’s die een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen? En verkoopt u een van die bv’s? Dan verbreekt deze fiscale eenheid. U moet dat wel melden bij de Belastingdienst, anders blijven de overgebleven bv’s aansprakelijk voor de btw-schulden van de verkochte bv; dus ook voor de btw-schulden van de verkochte bv die ná de verkoop van de aandelen ontstaan.

1.34 Verwerk privégebruik in de laatste btw-aangifte

Maakt u privé gebruik van zaken van de onderneming? Dan moet u btw afdragen over het privégebruik. Dit privégebruik moet u aangeven in de laatste btw-aangifte van het jaar. Enkele veelvoorkomende posten waar u aan moet denken:

  • correctie voor privégebruik van een woning;
  • correctie voor gas, water en elektra;
  • correctie voor telefoonkosten;
  • correctie voor privégebruik van de auto.

De btw op aanschaf, onderhoud en gebruik van een zakelijke auto kunt u aftrekken, uiteraard voor zover de auto wordt gebruikt voor met btw-belaste activiteiten. Dus bij privégebruik moet er rekening worden gehouden met de btw daarover.

Voor het privégebruik van de auto kan worden uitgegaan (als uit uw administratie niet blijkt dat het werkelijke privégebruik lager is) van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw. Woon-werkverkeer wordt gezien als privégebruik.

Vanaf het vijfde jaar na het jaar waarin u de auto bent gaan gebruiken, mag u uitgaan van 1,5%. Datzelfde geldt voor auto’s die zijn aangeschaft zonder dat daarbij btw-aftrek heeft plaatsgevonden (marge-auto’s).

Er zijn situaties denkbaar waarin een correctie op grond van het werkelijk gebruik lager is dan de genoemde forfaits van 2,7% of 1,5% van de catalogusprijs inclusief btw. Daarbij valt te denken aan de afwezigheid van woon-werkkilometers, zoals bijvoorbeeld bij ambulante werknemers. Denkt u dat dat ook bij u het geval is, zorg er dan voor dat u dat ook weet te onderbouwen met uw (kilometer)administratie.

1.35 Corrigeer eerdere btw-aangiften

Constateert u dat u te veel of te weinig btw heeft afgedragen? Dan moet u dat corrigeren. U kunt die correctie verwerken in de eerstvolgende aangifte omzetbelasting. Voorwaarde is wel dat de btw-correctie niet hoger is dan € 1.000. Betreft het een grotere correctie, dan moet u een aparte correctie indienen.

1.36 Teruggaaf btw: verzoek om een ambtshalve teruggaaf

Heeft u de afgelopen jaren te veel btw afgedragen (of te weinig btw teruggevraagd)? Dan kunt u misschien nog een verzoek om teruggaaf indienen (ambtshalve vermindering). De Belastingdienst doet alleen een teruggaaf als uw verzoek is ontvangen voordat er vijf jaar zijn verstreken sinds het einde van het betreffende jaar. Bepaal daarom nog voor het einde van het jaar of u hiermee te maken heeft.

1.37 Doe een suppletie btw zo snel mogelijk

Heeft u te weinig btw afgedragen? Dan moet u die alsnog aangeven. Doe dit dan zo snel mogelijk. Als het namelijk gaat om een te betalen bedrag, dan kan de Belastingdienst u een boete opleggen. In sommige gevallen vervalt de boete als u snel de te weinig afgedragen btw alsnog heeft aangegeven.

1.38 Controleer btw-schulden op de balans die zien op voorgaande jaren

De Belastingdienst controleert op nog openstaande btw-schulden uit eerdere jaren. Als er op de balans nog een te betalen btw-bedrag staat, dan kan dat voor de Belastingdienst aanleiding zijn om een naheffingsaanslag en eventueel een boete op te leggen.

Ondernemers met een btw-schuld van meer dan € 50.000 komen zelfs in aanmerking voor een boekenonderzoek.

1.39 Wees kritisch op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf

De regels over belastingrente zijn streng. Zeker in vergelijking tot de rente op een spaarrekening is de rente die u de Belastingdienst moet betalen erg hoog; voor de inkomstenbelasting 4% en voor de vennootschapsbelasting zelfs 8%. U moet dus kritisch zijn op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf.

Belastingrente wordt in rekening gebracht vanaf 1 juli volgend op het belastingjaar. Heeft u uw aangifte inkomstenbelasting echter binnen de aangiftetermijn in (dat is uiterlijk 1 mei 2020), dan wordt geen belastingrente in rekening gebracht. Datzelfde geldt als u vóór 1 mei 2020 een verzoek doet om een voorlopige aanslag over 2019 te betalen.

Let op: voor de vennootschapsbelasting wordt (vooralsnog) niet aangesloten bij de aangiftetermijn. Daarom geldt voor de vennootschapsbelasting dat vóór 1 mei 2020 een verzoek om een voorlopige aanslag over 2019 moet worden ingediend, of dat de aangifte over 2019 moet worden ingediend vóór 1 april 2020.

Heeft u recht op een (voorlopige) teruggaaf 2019, dan krijgt u pas belastingrente vergoed als de (voorlopige) aanslag op of na 1 juli 2019 wordt opgelegd én de Belastingdienst traag is met het afwikkelen van uw verzoek tot teruggaaf. Hierdoor wordt in veel gevallen geen rente meer vergoed op een teruggaaf.

2    Dga; werkgever en werknemer


2.1 Dga: beoordeel uw verzekeringsplicht

Bent u statutair bestuurder van een bv en heeft u (direct of indirect) aandelen in die bv? Dan kan het zijn dat u voor de toepassing van de werknemersverzekeringen wordt aangemerkt als directeur-grootaandeelhouder (dga). In dat geval bent u niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Dat geldt sinds 1 januari 2016 ook als u statutair bestuurder bent van een holding en die holding bestuurder is van haar dochtervennootschap. Dat blijkt uit de zogenaamde Regeling aanwijzing dga 2016. Die regeling is niet altijd even duidelijk. Misschien bent u door die nieuwe regeling inmiddels verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen, of is juist het omgekeerde het geval. Mogelijk is de feitelijke situatie de afgelopen tijd veranderd. Laat daarom snel uw verzekeringsplicht opnieuw beoordelen.

2.2 Check de mogelijkheden van de werkkostenregeling!

Als u uw werknemer iets vergoedt of verstrekt, dan horen deze vergoedingen en verstrekkingen tot het belaste loon. Binnen de werkkostenregeling is het echter mogelijk om deze vergoedingen en verstrekkingen tot (maximaal) 1,2% van het totale fiscale loon van al het personeel belastingvrij te doen. Deze vrijstelling wordt ook wel de vrije ruimte genoemd. Overschrijden de vergoedingen en verstrekkingen de vrije ruimte, dan moet u over het meerdere 80% eindheffing betalen.

Tip! Met ingang van 1 januari 2020 wordt de vrije ruimte verhoogd tot 1,7% over de eerste € 400.000 van de loonsom. Daarboven blijft het percentage gelden van 1,2%. Het kan daarom voordelig zijn om vanaf 2020 meer vergoedingen en verstrekkingen te doen binnen de vrije ruimte.

U moet wel rekening houden met het gebruikelijkheidscriterium. Dat houdt in, dat vergoedingen en verstrekkingen maximaal 30% mogen afwijken van wat er in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Het moet dus gebruikelijk zijn, dat uw werknemer vergoedingen of verstrekkingen van een bepaalde omvang belastingvrij krijgt en dat u de loonbelasting/premie volksverzekeringen via de eindheffing voor uw rekening neemt.

Tip! De Belastingdienst past een doelmatigheidsmarge toe: vergoedingen en verstrekkingen tot maximaal € 2.400 per persoon per jaar worden sowieso als gebruikelijk gezien. Als de vrije ruimte dit toelaat, kunt u hier dus sowieso vanuit gaan.

Benut de vrije ruimte goed. Heeft u nog ongebruikte vrije ruimte? Dan kunt u misschien dit jaar uw werknemers nog belastingvrije vergoedingen of verstrekkingen geven. U kunt een ongebruikt deel van de vrije ruimte namelijk niet doorschuiven naar een volgend jaar.

Let ook op vergoedingen en verstrekkingen waarvoor vrijstellingen en nihilwaarderingen bestaan. Hierover is geen loonbelasting verschuldigd én deze gaan niet ten koste van de vrije ruimte. Dubbel voordeel dus.

Pas eventueel de concernregeling toe. Dan ontstaat in feite een gezamenlijke vrije ruimte die uitgewisseld kan worden tussen concernmaatschappijen.

Let op! Als u gebruik maakt van de concernregeling, dan kan in 2020 maar één keer gebruik worden gemaakt van de verhoogde vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom. Raadpleeg uw RB wat voordeliger is, het onderling uitwisselen van ongebruikte vrije ruimte, of meermaals gebruik maken van de verhoogde vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom.

2.3 Voorkom belasting over een extra beloning: dividend in plaats van loon

Drijft u uw onderneming via een bv, en wilt u dit jaar uzelf nog een bonus uitkeren? Door dividend uit te keren in plaats van een bonus, kunt u belasting besparen. Over extra loon bent u namelijk maximaal 51,75% inkomstenbelasting verschuldigd terwijl u over een dividenduitkering gecombineerd maximaal circa 43,75% belasting betaalt.

Let op! Voor het uitbetalen van dividend moeten wel een balanstest en een uitkeringstoets worden gedaan. Ga dit altijd na.

Let op! Het uitkeren van dividend wordt in 2020 zwaarder belast. Het tarief over dividend wordt in 2020 namelijk verhoogd van 25% naar 26,25%. Het kan dus voordelig zijn om nog dit jaar dividend uit te keren in plaats van volgend jaar.

2.4 Beoordeel de toepassing van de DBA

Het is niet altijd even duidelijk of de persoon die arbeid voor u verricht bij u in (fictieve) dienstbetrekking (loondienst) is, of als zelfstandige voor u werkt. In het eerste geval moet u loonheffingen inhouden, in het tweede geval niet. Sinds 1 mei 2016 geldt de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Deze wet biedt u de mogelijkheid om zekerheid te krijgen. Dit kan door de overeenkomst van opdracht ter goedkeuring voor te leggen aan de Belastingdienst of door gebruik te maken van een modelovereenkomst van de website van de Belastingdienst.

U bent niet verplicht om een (model)vereenkomst aan de Belastingdienst voor te leggen en goedgekeurd te krijgen. Dat kan echter wel verstandig zijn. Als u een goedgekeurde (model)overeenkomst heeft, werk dan altijd volgens de voorwaarden van de overeenkomst.

Omdat de Wet DBA niet heeft gebracht wat ervan was verwacht, streeft het kabinet ernaar om die regeling per 1 januari 2021 te vervangen. Daarvoor is inmiddels een wetsvoorstel ingediend. In de periode tot 1 januari 2020 handhaaft de Belastingdienst niet, behalve bij kwaadwillenden. Bent u dus niet kwaadwillend, dan krijgt u geen naheffingen of boetes als achteraf blijkt dat de opdrachtnemer toch bij u in loondienst werkte. Volgens de Belastingdienst bent u kwaadwillend als u ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).’

Let op! Met ingang van 1 januari 2020 zal de Belastingdienst actiever gaan handhaven. Als er geen sprake is van kwaadwillendheid, dan zal de Belastingdienst u aanwijzingen kunnen geven om de overeenkomst of uw werkwijze aan te passen. Volgt u deze aanwijzingen niet op, dan zal de Belastingdienst overgaan tot het opleggen van naheffingen en boetes.

2.5 Uitfasering pensioen in eigen beheer

Heeft u nog pensioen in eigen beheer? Dan kunt u tot 1 januari 2020 nog kiezen voor het afkopen van dat pensioen of het omzetten in een oudedagsverplichting. Bij afkoop in 2017 was 34,5% van de uitkering onbelast. In 2018 was dat nog 25%. Heeft geen afkoop in 2017 of 2018 plaats gevonden en besluit u alsnog over te gaan tot afkoop in 2019, dan geldt een (lagere) afkoopkorting van 19,5%.

Tip! Ook als u in 2017 of 2018 heeft gekozen om uw pensioen in eigen beheer om te zetten in een ODV, heeft u in 2019 nog de mogelijkheid om de ODV af te kopen. Ook in dat geval komt u in aanmerking voor de afkoopkorting van 19,5%.

2.6 Beoordeel uw (gebruikelijk) loon

Bent u dga? Dan wordt u geacht ten minste een ‘gebruikelijk’ loon te hebben. U kunt dit loon zelf vaststellen. Uw gebruikelijk loon is ten minste gelijk aan het hoogste van de drie volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’;
  • het hoogste loon van de overige werknemers binnen de onderneming of daarmee verbonden lichamen;
  • € 45.000.

Soms mag u een lager gebruikelijk loon hanteren dan € 45.000. Bijvoorbeeld als u slechts in deeltijd werkt voor uw bv. U moet dan wel kunnen aantonen dat u daadwerkelijk minder dan 40 uur per week werkt.

Voor dga’s in startups die zich bezighouden met speur- en ontwikkelingswerk en worden gezien als starter voor de S&O-afdrachtvermindering, wordt het gebruikelijke loon niet hoger gesteld danhet wettelijke minimumloon.

Let op! U kunt het loon dat u al heeft genoten, niet met terugwerkende kracht verlagen.

Let op! Het gaan genieten van een pensioenuitkering uit uw eigen bv is geen reden om het gebruikelijk loon met deze pensioenuitkering te verlagen. Verlagen is wel mogelijk als u daadwerkelijk gestopt bent met werken of aantoonbaar minder bent gaan werken.

2.7 Voorkom bijtelling bestelauto’s voor personeel

Heeft uw onderneming bestelauto’s die aan het personeel ter beschikking worden gesteld? Dan moeten de werknemers in principe belasting betalen over de bijtelling voor het privégebruik.

Rijdt uw werknemer op jaarbasis minder dan 500 km privé met deze bestelauto? Dan kan hij, net als voor een personenauto, voor een bestelauto een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ aanvragen. Voor bestelauto’s zijn er daarnaast speciale mogelijkheden om bijtelling te voorkomen als de werknemer geheel niet privé kan/mag rijden met de bestelauto. Denk daarbij aan:

  • een niet buiten werktijd te gebruiken bestelauto (auto ‘achter het hek’);
  • een verbod op privégebruik bestelauto;
  • een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik.

U moet het privégebruik dan wel onmogelijk maken en het autogebruik ook controleren. Voor het verbod op privégebruik kunt u eventueel gebruik maken van een voorbeeldafspraak die u kunt downloaden van belastingdienst.nl.

Tip! Worden de bestelauto’s doorlopend afwisselend gebruikt en is het privégebruik per werknemer niet te bepalen? Dan kunt u kiezen voor eindheffing van € 300 per bestelauto.

Let op! als de bestelauto door de aard en inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen, dan hoeft geen forfaitaire bijtelling in aanmerking te worden genomen. Bespreek uw situatie met uw RB.

2.8 Sluit uw lening voor uw eigen woning over bij de eigen bv

Heeft u een lening voor uw eigen woning bij een bank en heeft u ook een eigen bv? Dan kunt u de lening misschien beter ondersluiten bij uw eigen bv. Dit kan u geld opleveren ten opzichte van de huidige situatie. Belangrijk is wel dat de bv voldoende geld beschikbaar houdt voor de onderneming. De bv en u moeten daarnaast wel voldoende zakelijk handelen, maar ook dan kan herfinanciering voordelig zijn.

Let op! ook als u de lening bij uw bv aangaat voor iets anders dan de eigen woning, kan het voordelig zijn om de lening over te zetten naar de eigen bv. Let er dan wel op dat als het aan het kabinet ligt, u vanaf 2022 inkomstenbelasting moet gaan betalen wanneer het totaalbedrag van dit soort leningen boven de € 500.000 uitstijgt. Het meerdere wordt dan als inkomen uit aanmerkelijk belang in box 2 belast tegen, naar het zich nu laat aanzien, 26,9%. De exacte regeling wordt naar verwachting eind 2019 bekend.

Breng samen met uw RB alle voor u mogelijke opties in kaart.

2.9 Ga na of u alle overeenkomsten met de bv heeft vastgelegd

De dga en de bv worden nogal eens als één gezien. Strikt genomen is dat natuurlijk niet zo. Dat betekent dat alle overeenkomsten tussen de bv en de dga schriftelijk moeten worden vastgelegd. Ga daarom na of dat voor alle overeenkomsten (arbeidsovereenkomst, pensioenovereenkomst, leningsovereenkomst e.d.) is geregeld.

2.10 Zorg voor een verklaring geen privégebruik auto

Als u uw auto van de zaak ook privé gebruikt, dan krijgt u een bijtelling. Rijdt u op jaarbasis maximaal 500 kilometer privé dan kunt u de Belastingdienst vragen om een ‘Verklaring geen privégebruik auto’. Daarmee wordt de auto niet tot uw loon gerekend. Denk er wel aan dat u ook dan nog moet kunnen bewijzen dat u in het jaar niet meer dan 500 km privé heeft gereden. In het algemeen neemt de Belastingdienst met minder dan een sluitende kilometeradministratie geen genoegen.

 

2.11 Fiscale subsidie: gebruik de LIV

U kunt als werkgever een tegemoetkoming krijgen om bijvoorbeeld mensen met een laag inkomen aan te nemen. Dit LIV (lage-inkomensvoordeel) is een fiscale subsidie voor het in dienst hebben van mensen die een salaris hebben tot maximaal 120% van het wettelijk minimumloon.

Het voordeel op de loonkosten per in dienst genomen werknemer is maximaal € 2.000 per werknemer per jaar.

U hoeft het LIV niet aan te vragen. Het UWV beoordeelt op basis van de ingediende aangifte loonheffingen voor welke werknemers u recht heeft op het LIV. Daarvoor is het gemiddeld uurloon van de betreffende werknemers en het aantal verloonde uren (ten minste 1.248 per kalenderjaar) van belang. Vul dus in uw aangifte ook het aantal verloonde uren goed in. De Belastingdienst betaalt het LIV over 2019 in 2020 automatisch aan u uit.

Sinds 1 januari 2018 kunt u onder voorwaarden ook in aanmerking komen voor de zogenaamde jeugd-LIV.

2.12 Fiscale subsidie: gebruik de LKV

Als werkgever krijgt u sinds 1 januari 2018 geen premiekortingen meer voor jongere, oudere of arbeidsgehandicapte werknemers. Voor jongere werknemers geldt nu de jeugd-LIV. Voor de andere groepen gelden nu de zogenaamde loonkostenvoordelen (LKV). Ga snel na of u de LKV kunt krijgen. De LKV wordt alleen toegekend als er een doelgroepverklaring is afgegeven. Er kan dan direct in de aangiften loonheffing rekening mee worden gehouden.

Voor oudere werknemers (56 jaar en ouder) en voor arbeidsbeperkte werknemers die nieuw in dienst komen, geldt gedurende maximaal 3 jaar een LKV van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar.

Voor arbeidsbeperkte werknemers die herplaatst worden bedraagt het LKV gedurende maximaal 1 jaar € 3,05 per verloond uur met een maximum

€ 6.000 per kalenderjaar.

Het LKV voor werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en scholingsbelemmerden bedraagt € 1,01 per verloond uur en maximaal

€ 2.000 per kalenderjaar voor maximaal 3 jaar.

De loonkostenvoordelen zijn per werknemer lager dan de premiekortingen, maar er zijn meer werkgevers die gebruik kunnen maken van de loonkostenvoordelen. Kleine ondernemers kunnen bovendien de volledige tegemoetkoming krijgen, in plaats van vergoeding van een deel van de premies.

Let op! om voor uw werknemer LKV te kunnen ontvangen, moet u een kopie van de doelgroepverklaring van uw werknemer hebben. Zorg ervoor dat u uw werknemer daarvan tijdig op de hoogte brengt. Uw werknemer moet namelijk uiterlijk binnen drie maanden nadat hij bij u in dienst is getreden de doelgroepverklaring aanvragen bij UWV of de gemeente. Na die drie maanden heeft hij geen recht meer op die doelgroepverklaring en kunt u geen LKV meer aanvragen voor deze werknemer.

3    Privé



3.1 Belastingteruggaaf bij schommelende inkomsten: middeling

Heeft u de afgelopen drie jaren te maken gehad met een piek in uw inkomsten in box 1? Dan heeft u misschien meer belasting betaald dan wanneer de inkomsten gelijkmatig over die jaren zouden zijn verdeeld. Bepaal daarom of ‘middeling’ voor u een fiscaal voordeel oplevert. Bij middeling wordt de belasting herrekend op basis van het gemiddelde inkomen gedurende een periode van drie opeenvolgende kalenderjaren. U komt alleen voor een teruggaaf in aanmerking voor zover de teruggaaf hoger is dan € 545.

Voor een middelingsteruggaaf moet u zelf een verzoek doen bij de Belastingdienst. Daarbij moet een berekening van de middelingsteruggaaf worden opgenomen. De definitieve aanslagen van de betreffende jaren moeten al zijn opgelegd. Het verzoek moet u binnen 36 maanden na de laatste definitieve aanslag indienen. Vanzelfsprekend kan uw RB het verzoek voor u verzorgen.

3.2 Lijfrente aftrekken: betaal de premie op tijd

Betaalt u premie voor een lijfrente? Dan is het belangrijk dat u de premie hiervoor op tijd betaalt. De betaalde premies zijn namelijk aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Wilt u de premie in 2019 in box 1 aftrekken, dan moet u deze uiterlijk op 31 december 2019 betalen.

Let op! Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening, kunnen alleen worden afgetrokken als u een pensioentekort heeft. Daarvoor gelden speciale rekenregels.

U kunt natuurlijk ook kiezen voor een lijfrenterekening bij een bank in plaats van een lijfrenteverzekering bij een verzekeraar.

3.3 Koop uw kleine lijfrente af

Heeft u in het verleden een lijfrente afgesloten en valt het rendement op de polis tegen? Overweeg dan om de polis af te kopen. Dit kan onder voorwaarden zonder dat u revisierente (20%) moet betalen. U betaalt dan alleen inkomstenbelasting in box 1.

Revisierente blijft namelijk achterwege als de waarde van de af te kopen lijfrente in 2019 niet meer bedraagt dan € 4.351. Daarbij moeten de waardes van alle polissen bij dezelfde verzekeringsmaatschappij bij elkaar worden geteld.

3.4 Gebruik de flexibiliteit van ‘oude’ lijfrentepolissen

Heeft u nog een oude lijfrentepolis van vóór 1 januari 1992 (ook wel pre-Brede Herwaardering lijfrente genoemd)? Dan kunt u verschillende keuzes maken voor deze lijfrente. De regels voor deze oude lijfrenten zijn namelijk heel flexibel. Zo mag u kiezen om de uitkeringen uit de verzekering ook aan anderen te laten toekomen. Daarbij kunt u kiezen voor een uitkering ineens of voor uitkeringen in termijnen. Bepaal samen met uw RB welke keuze het meest voordelig is.

3.5 Extra aftrek eigen woning: betaal rente vooruit

Heeft u een eigen woning met een eigenwoningschuld? Dan is de rente aftrekbaar. De in 2019 verschuldigde rente is alleen aftrekbaar als u de rente ook daadwerkelijk in 2019 heeft betaald. Heeft u wat geld over? Dan kunt u in 2019 een extra aftrek krijgen door de rente over de eerste zes maanden van 2020 al dit jaar vooruit te betalen.

Tip! Neem tijdig contact op met uw bank om dit nog voor het eind van het jaar te regelen.

Een extra voordeel van het vooruitbetalen van rente is dat de rente die u in 2019 al heeft betaald op 1 januari 2020 niet meer tot uw vermogen behoort. U betaalt hierover dus geen belasting in box 3. Daarnaast is het maximale belastingtarief waartegen u de rente kunt aftrekken in 2019 hoger dan in 2020.

3.6 Leen uw kinderen voor hun eigen woning

Ook nu nog staat de rente erg laag en levert sparen erg weinig op. Sterker nog, in box 3 betaalt u ook nog belasting over dit spaargeld. U kunt overwegen om het geld uit te lenen, bijvoorbeeld aan uw kinderen, zodat zij een aankoop of verbouwing van een woning kunnen financieren of kunnen aflossen op hun eigenwoningschuld. Dit heeft voor u beiden voordeel, want u heeft dan een goed rendement op het vermogen en uw kinderen krijgen gemakkelijker een lening.

Let er wel op dat de lening onder zakelijke voorwaarden wordt aangegaan.

Tip! Vlak voor Prinsjesdag heeft het kabinet aangekondigd de belastingheffing over het inkomen uit sparen en beleggen te gaan wijzigen. Volgens de plannen zal voor vorderingen een forfaitair rendement gaan gelden van 5,33%. Het is verstandig om daar bij het bepalen van het rentepercentage op de lening nu al rekening mee te houden.

3.7 Bespaar belasting in box 3: stort extra in uw kapitaalverzekering eigen woning

Heeft u nog een kapitaalverzekering eigen woning? Dan kunt u overwegen om nog voor het eind van 2019 een extra storting te doen. Daarmee bespaart u per 1 januari 2020 belasting in box 3 over deze extra storting. Ook is het rendement in uw kapitaalverzekering waarschijnlijk hoger dan het rendement op uw spaarrekening.

U kunt hetzelfde doen als u een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW) heeft.

3.8 Verzoek om dubbele vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering eigen woning

Komt uw kapitaalverzekering eigen woning (KEW) tot uitkering, en heeft u het hele jaar dezelfde fiscale partner? Dan kunt u gebruik maken van een dubbele vrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning, ook al wordt slechts één van u beiden als begunstigde in de polis genoemd. Vroeger kon dit alleen als beide partners begunstigde waren. Sinds 1 januari 2016 kunt u bij de aangifte een verzoek doen om de uitkering voor de helft aan beide partners toe te rekenen.

Heeft u een verzoek om dubbele waardevrijstelling gedaan, dan kunt u hier niet op terugkomen. Hetzelfde geldt voor een spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW).

3.9 Bespaar belasting in box 3: verlaag de grondslag

Als u meer dan € 30.360 vermogen heeft, dan moet u hierover belasting betalen. Heeft u een fiscale partner dan geldt dit pas voor het dubbele bedrag. Er wordt uitgegaan van het saldo van uw bezittingen minus schulden per 1 januari 2019. Door de bezittingen in box 3 te verminderen, hoeft u straks dus minder belasting te betalen. Bent u van plan om binnenkort grote uitgaven te doen, probeer deze dan nog in 2019 te doen in plaats van in 2020. Denk bijvoorbeeld aan de aankoop van bezittingen voor persoonlijke doeleinden (zoals sieraden, een auto of kunst) of het vooruitbetalen van verplichtingen (zoals verzekeringen of uw vakantie van 2020). U kunt bijvoorbeeld ook ‘groene’ beleggingen aankopen. Per persoon geldt daar namelijk een extra vrijstelling van € 58.540 voor, dus voor partners totaal € 117.080.

Tip! Moet u nog een belastingaanslag betalen? Deze telt in principe niet mee als schuld in box 3. U kunt deze dan dus beter voor het eind van het jaar betalen zodat het geld niet meer tot uw vermogen behoort.

Bijkomend voordeel: Door de rendementsgrondslag van box 3 te verlagen kunt u ook recht hebben op (hogere) toeslagen.

3.10 Bespaar belasting in box 3: leen geld uit aan uw bv

Heeft u nog geld op uw bankrekening staan? Dan valt dit in box 3. Als u geld uitleent aan uw bv, dan ‘verschuift’ het uitgeleende bedrag van box 3 naar box 1. Daarmee voorkomt u dat u belasting in box 3 moet betalen. U voorkomt de belasting niet helemaal. Omdat u geld aan uw bv leent, is de rente die u ontvangt wel belast in box 1 tegen maximaal 45,54% Dit kan echter nog steeds voordeliger zijn dan de belasting in box 3.

Het uitgeleende bedrag moet minimaal zes maanden aan de bv worden uitgeleend.

3.11 Bespaar belasting in box 3: stort geld in uw bv

Heeft u nog een flink saldo op uw bankrekening staan? Dan betaalt u hier belasting over in box 3. U kunt deze belasting (deels) voorkomen door dit als kapitaal in uw bv te storten. Het geld valt dan niet meer in box 3, dus u betaalt er geen belasting over. Verder heeft de bv meer liquiditeit. Over het rendement dat de bv behaalt op het spaargeld bent u vanaf 2020 per saldo 44,69% belasting verschuldigd. Dit kan echter nog steeds voordeliger zijn dan de belasting in box 3.

Let op! Vlak voor Prinsjesdag heeft het kabinet aangekondigd de belastingheffing over het inkomen uit sparen en beleggen te gaan wijzigen. Deze wijzigingen kunnen ervoor zorgen dat het op termijn niet langer voordeliger is om het geld te beleggen in de bv.

Het geld kan slechts onder voorwaarden weer onbelast uit de bv worden gehaald. Een gang naar de notaris is hiervoor bijvoorbeeld noodzakelijk.

3.12 Bespaar belasting in box 3: plan de aankoop van uw woning goed

Heeft u plannen om een woning te kopen? Dan is het belangrijk om de levering bij de notaris goed te plannen. Steekt u namelijk eigen geld in de woning, en vindt de levering van de woning pas in 2020 plaats, dan staat uw eigen geld op 1 januari 2020 gewoon in box 3 en moet u hier gewoon belasting over betalen. Vindt de levering echter nog dit jaar plaats, dan geldt dat niet. Maak dus goede afspraken over het moment van levering.

3.13 Bespaar belasting in box 3: plan de verkoop van uw woning goed

Heeft u plannen om een woning te verkopen? Ook dan is het belangrijk om de levering bij de notaris goed te plannen. Als u namelijk verkoopwinst behaalt, dan leidt dat tot extra eigen vermogen. Als de levering bij de notaris nog in 2019 plaatsvindt, dan moet u over de verkoopwinst al in 2020 belasting betalen in box 3. Als de overdracht ná 1 januari 2020 plaatsvindt, dan wordt deze in 2020 echter nog niet meegenomen in box 3. Maak dus goede afspraken over het moment van levering.

3.14 Bespaar belasting in box 3: bepaal de waarde van uw verhuurde woning

Verhuurt u een woning (niet uw eigen woning)? En is daarop huurbescherming van toepassing? Dan hoeft u in box 3 niet de WOZ-waarde op te geven, maar slechts een bepaald percentage van de WOZ-waarde. Als de werkelijke waarde meer dan 10% lager is dan die waarde, mag u zelfs uitgaan van die lagere werkelijke waarde. U moet de lagere werkelijke waarde wel kunnen aantonen.

3.15 Bepaal of uw vorderingen nog kunnen worden geïnd

Heeft u een lening verstrekt aan uw kind of aan een ander? Ga dan na of deze vordering nog wel kan worden geïnd. U bent namelijk niet verplicht deze vorderingen in box 3 op te nemen voor het oorspronkelijke bedrag. Als namelijk de kans bestaat dat de lening niet of niet geheel wordt terugbetaald, dan mag u ook een lagere waarde hanteren.

3.16 Plan de betaling van uw zorgkosten

Als u zorgkosten heeft, dan zijn deze onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. De kosten moeten wel boven een bepaalde drempel uitkomen. Hoe hoog de drempel is, hangt af van uw verzamelinkomen, vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek. De drempel is dus geen vast bedrag. Heeft u zorgkosten? Betaal deze kosten dan nog dit jaar. Dan zijn deze mogelijk nog in 2019 aftrekbaar.

U mag alleen het deel van de kosten aftrekken dat uitkomt boven de drempel. De mogelijkheid om uw zorgkosten af te trekken is de laatste jaren sterk beperkt. Kosten die onder het verplicht en/of vrijwillig eigen risico vallen, mag u sowieso niet aftrekken

3.17 Afschaffing aftrek scholingskosten: plan uw uitgaven

Als u scholingskosten heeft, dan zijn deze onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrek. Belangrijk is dat deze kosten moeten zijn gemaakt voor het volgen van een opleiding of studie om inkomen uit werk en woning te verwerven. Voor de aftrek geldt een drempel van € 250, maar ook een plafond. Als u te maken heeft met scholingskosten, betaal de kosten dan (eventueel vooruit) in 2019. Dan zijn deze mogelijk nog in 2019 aftrekbaar.

Er zijn al enkele jaren plannen om de regeling voor aftrek van scholingsuitgaven af te schaffen. Naar verwachting zal de aftrek van scholingsuitgaven per 1 januari 2021 worden afgeschaft. Deze zal dan worden vervangen door een niet-fiscale regeling.

Tip! Als u met scholingskosten te maken heeft, maak deze dan zoveel mogelijk in één jaar zodat u sneller over de aftrekdrempel heen gaat.

 

3.18 Buitenlands belastingplichtige: verzoek om teruggaaf dividendbelasting

Woont u in het buitenland en ontvangt u portfolio dividenden uit Nederland? U kunt dan misschien teruggaaf van dividendbelasting krijgen. Nederlandse inwoners kunnen de dividendbelasting namelijk verrekenen met de inkomstenbelasting, terwijl de dividendbelasting voor u een eindheffing is. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat de belastingdruk voor u niet hoger mag zijn dan voor een vergelijkbare Nederlandse inwoner. Heeft u een hogere belastingdruk, dan kunt u dus verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting.

Tip! Buitenlands belastingplichtigen kunnen de Nederlandse ingehouden dividendbelasting middels een teruggaafverzoek terugkrijgen. Doe dit op tijd: binnen vijf jaar.

3.19 Dien een T-biljet in

Heeft u de afgelopen jaren te veel belasting betaald? En is het bedrag dat u kunt terugkrijgen groter dan de grens voor de teruggaaf? Dan kunt u een T-biljet indienen. Doe dit op tijd, want dit moet binnen vijf jaar na het eind van het kalenderjaar worden gedaan. Dus voor 2014 kunt u dit nog tot eind 2019 doen.

3.20 Maak gebruik van jaarlijkse schenkvrijstellingen

Voor kinderen die een schenking van hun ouders krijgen, geldt in 2019 een reguliere schenkingsvrijstelling van € 5.428.

Deze vrijstelling kan worden verhoogd tot € 26.040. De verhoogde vrijstelling kan slechts eenmaal worden benut door een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar oud is.

De eenmalig verhoogde vrijstelling kan extra worden verhoogd tot € 54.246 (2019) als sprake is van schenkingen voor studie/opleiding. Is sprake van een schenking voor de eigen woning, dan geldt zelfs een extra verruimde schenkingsvrijstelling van € 102.010 (2019). Zie ook de tip hierna.

Tip! Een mooi voordeel van schenkingen die voor het eind van het jaar zijn gedaan, is dat deze voor u niet worden meegenomen voor box 3 op 1 januari 2020.

3.21 Maak gebruik van de verruimde schenkvrijstelling voor de eigen woning

Vanaf 1 januari 2017 kunt u aan personen – kinderen en derden – die tussen de 18 en 40 jaar oud zijn eenmalig onbelast € 102.010 (bedrag 2019) schenken voor de eigen woning.

Belangrijk is dat u de schenking schriftelijk vastlegt. U hoeft hiervoor niet per sé naar de notaris te gaan, de schenking voor de eigen woning kan namelijk onderhands worden gedaan. Zorgt u er wel voor dat de aangifte schenkbelasting vóór 1 maart 2020 wordt gedaan, maar vooral dat in deze aangifte ook een beroep wordt gedaan op de vrijstelling.

Is er in het verleden al gebruik gemaakt van de verhoogde vrijstelling, dan gelden er andere regels. Laat u dus goed begeleiden door uw RB.

3.22 Begiftigde te oud: toch de hoge vrijgestelde schenking

De eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling geldt alleen als de begiftigde tussen de 18 en 40 jaar oud is. Valt de begiftigde niet (meer) in die leeftijdsgroep, dan is de eenmalig verhoogde vrijstelling niet meer van toepassing. Maar als de partner van de begiftigde nog wel in de genoemde leeftijdscategorie valt, dan kan de begiftigde de vrijstelling alsnog toepassen.

Let op! De begiftigde moet partner zijn voor de erf- en schenkbelasting. Daarvoor gelden andere eisen als voor het fiscaal partnerschap voor de inkomstenbelasting.

3.23 Verbind voorwaarden aan uw schenkingen

Als u dit jaar nog schenkt, kijk dan goed of u voorwaarden wilt verbinden aan de schenking. Een veel voorkomende bepaling is de uitsluitingsclausule. Daarmee kunt u het risico voorkomen dat de schenking aan uw kind bij zijn of haar scheiding (deels) bij de schoonfamilie van uw kind terecht komt. U kunt ook bepalen dat schenkingen onder bewind worden gedaan. Dan wordt de macht over het vermogen voorbehouden. Wellicht ook te overwegen: een herroepelijke schenking. Hiermee zorgt u ervoor dat u een schenking kunt terugdraaien.

Let op! Voor een beroep op de verruimde vrijstelling voor de eigen woning moet er sprake zijn van een onvoorwaardelijke schenking. Daarbij is een herroepelijk schenking dus niet toegestaan.

3.24 Belastingvoordeel op termijn: Doe een papieren schenking

Wilt u schenkingen doen aan (bijvoorbeeld) uw kinderen maar heeft u onvoldoende liquide vermogen? Dat kan als uw geld bijvoorbeeld in de eigen woning vast zit. U kunt dan overwegen om een papieren schenking te doen (een schuldigerkenning uit vrijgevigheid). Dit houdt in dat u het geschonken bedrag schuldig blijft aan de kinderen. Hierdoor verliest u niet de beschikking over het vermogen, maar kunt u op langere termijn toch een belastingvoordeel bereiken. Uw schuld aan de kinderen is pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder.

Let op! Zorgt u ervoor dat u ieder jaar wel 6% rente betaalt over de schuld. Doet u dat namelijk niet, dan wordt de schuld niet gezien als een schuld van de nalatenschap en moet hierover toch erfbelasting worden betaald.

3.25 Stem uw giften aan ANBI’s af

Doet u giften aan een ANBI, een culturele ANBI of aan een steunstichting SBBI? Dan zijn deze aftrekbaar. Daarvoor geldt wel een drempel van 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. De aftrek van de gift is overigens gemaximeerd tot 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek. Zorgt u daarom dat uw giften zijn afgestemd op deze drempel voor en het maximum aan de aftrek.

Gaat het om een gift aan een culturele ANBI, dan is uw voordeel nog groter. Dan wordt de aftrek verhoogd met 25%. Het maximale bedrag aan giften waarvoor deze verhoging geldt, is € 5.000, dus de verhoging is maximaal € 1.250.

Als u jaarlijks niet boven de drempel voor de giftenaftrek uitkomt, overweeg dan om giften niet jaarlijks te doen, maar één keer in de twee jaar waardoor u misschien wél boven de drempel uitkomt.

3.26 Vervang uw gewone gift door een periodieke

Doet u giften aan een ANBI? Dan zijn deze aftrekbaar als zij boven een drempel uitkomen. Deze is 1% van het verzamelinkomen met een minimum van € 60. Er is een maximum aan aftrek: maximaal 10% van uw verzamelinkomen, vóór de persoonsgebonden aftrek.

Zijn uw giften aan een ANBI niet (volledig) aftrekbaar, overweeg dan om de gift te vervangen door een periodieke gift. U maakt dan schriftelijk kenbaar dat u gedurende vijf jaar een bedrag zult schenken, tenzij u eerder komt te overlijden. Periodieke giften hebben namelijk geen drempel.

Periodieke schenkingen kunnen in een notariële akte worden opgenomen, maar dat hoeft niet. Een onderhandse akte is voldoende. U kunt de daarvoor benodigde formulieren downloaden van de site van de Belastingdienst. De looptijd van de periodieke schenking is minimaal vijf jaar.

 

3.27 Laat uw testament (regelmatig) controleren

Heeft u een testament? Controleer of uw testament nog wel optimaal is. Wetten worden gewijzigd, u heeft mogelijk een gewijzigde persoonlijke situatie en misschien zelfs nieuwe wensen. Daarom doet u er goed aan om uw testament (regelmatig) te laten controleren.

Met een goed testament kunt u of uw erfgenamen mogelijk ook belasting besparen.

 

3.28 Huwelijksvoorwaarden vergeten? Maak deze alsnog op

Bent u onlangs getrouwd en was het de bedoeling om huwelijksvoorwaarden op te maken, maar bent u dat onverhoopt vergeten? Dan kunt u dat in 2019 alsnog doen. Het is dan wel belangrijk dat u kunt aantonen dat u al voor u ging trouwen van plan was om huwelijkse voorwaarden aan te gaan. Uiteraard mag u dan geen scheidingsprocedure hebben doorlopen.

3.29 Laat uw huwelijksvoorwaarden (regelmatig) controleren

Heeft u huwelijksvoorwaarden? Dan is er een grote kans dat u de keuze voor de inhoud al bij het aangaan van het huwelijk heeft gemaakt. Het kan natuurlijk dat andere huwelijksvoorwaarden beter bij uw huidige situatie passen. Door de jaren zijn de wetten gewijzigd en misschien ook uw persoonlijke situatie en wensen. Laat daarom uw huwelijksvoorwaarden (regelmatig) controleren en, indien nodig, aanpassen.

3.30 Huwelijksvoorwaarden: kom uw periodiek verrekenbeding na!

Heeft u huwelijksvoorwaarden met een periodiek verrekenbeding? Dan is het heel belangrijk dat u deze voorwaarden steeds nakomt. U moet dus de inkomsten periodiek verrekenen. Als u dit niet doet, dan kan dat grote nadelige gevolgen hebben. Mocht het huwelijk dan namelijk onverhoopt eindigen, dan wordt afgerekend alsof er sprake was van een gemeenschap van goederen.

3.31 Nieuw huwelijksvermogensrecht 2018: kijk wat u wilt

Als u nog in 2019 wilt trouwen, dan geldt niet langer een wettelijke algehele gemeenschap van goederen. Sinds 2019 geldt namelijk de beperkte gemeenschap als standaard. Wilt u in algehele gemeenschap trouwen? Dan moet u hiervoor dus eerst naar de notaris.

Colofon

Dit document ‘RB-special: Eindejaarstips 2019’ is een uitgave van het Register Belastingadviseurs (RB).

Brenkmanweg 6

4105 DH Culemborg

T: (0345) 54 70 00

Deze uitgave wordt u ter beschikking gesteld door het RB uit hoofde van uw lidmaatschap.

Dit is een jaarlijkse uitgave en is met zorg voor u samengesteld. Ondanks de zorgvuldige samenstelling van de inhoud van deze notitie kan het RB geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor schade, direct dan wel indirect, ten gevolge van eventuele fouten, vergissingen of onvolledigheden van de aangeboden informatie.

Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Register Belastingadviseurs.